De wereld van… Betsie’s Hof

Betsie’s droom
“Als mensen hier geweest zijn, hoor ik vaak: ‘Het is net of we thuis zijn geweest bij ons moeder’”, begint Betsie. Ze zegt het nuchter, maar het vat precies samen wat deze plek is geworden. Een ontmoetingsplek, een plek waar je even uitrust van een fietstocht en je lekkere jam of eieren meeneemt voor thuis. Maar ook een plek waar je je ogen uitkijkt naar alle serviezen, kleedjes en andere aankleding die het tot zo’n gezellige plek maken. Betsie weet al vroeg dat ze een plek als dit wil. Als kind ligt ze met haar zus op de zolder van de boerderij van haar ouders. Ze kijken vanuit daar uit over de ruimte waar gewerkt wordt. Betsie vertelt: “Ik fantaseerde toen al; hier moet een deur in komen en dan richt ik de ruimte in met tafels, mooie kleedjes en servies én dan is er appeltaart.” Een bezoek aan de Efteling maakt indruk op de jonge Betsie en wakkert haar fantasie aan. Niet door de attracties, maar door de sfeer. “De aankleding, het rond kunnen struinen op die mooie plek… dat wilde ik ook.” Ze is nog jong, maar ze ziet het al helemaal voor zich. Ze wil een plek waar de mensen die binnenkomen zich op hun gemak voelen en gezellig blijven hangen.
Begin
Betsie fantaseert erop los, maar ondertussen gaat het leven gewoon door. Ze groeit op, op de boerderij van haar ouders en helpt waar nodig. Aardappelen rapen, dieren verzorgen; ze weet van aanpakken. “We zijn echt in de grond opgevoed,” zegt Betsie. Voor geen goud zou ze dit leven verruilen voor een huis in een woonwijk. Ze kiest voor ruimte, voor werken met haar handen. Ze verlaat het ouderlijk huis en samen met haar man Ger start ze een pluimveebedrijf. Ze bouwen hun bestaan op in een grote stal aan de rand van Heusden, waar ze een klein deel afscheiden om te wonen en te werken. Ger werkt als boekhouder, Betsie zorgt voor de vele kuikens die ze houden. Het gezin groeit en alles loopt door elkaar. Ze werken keihard. “De eerste twee zonen zijn bij wijze van spreken op de werkbank geboren”, lacht ze.

Omslag
Samen met haar man en kinderen geniet Betsie van hun mooie plek. Het is hard werken, Betsie doet de kuikens, Ger werkt nog steeds in loondienst. Dan verandert er iets. De vogelpest slaat toe en het bedrijf moet anders ingericht worden. Het is een moeilijke periode, maar juist daarin ontstaat iets nieuws. Betsie kijkt naar
wat er wél is. “We hadden fruitbomen en ik wilde fruit dat over was niet weggooien. Dus ik maakte jam.” Eerst voor onszelf en om weg te geven aan anderen.”
Tot haar man zegt:
“Ga maar wat jam verkopen, want je geeft het anders toch weg.”
Ze begint klein. “Van niks iets maken, dat kan ik,” zegt ze. En dat blijft haar manier van werken. Met heel haar ziel en zaligheid maakt Betsie van hun boerderij en erf een prachtige plek, midden in de natuur. In een klein tuinhuisje op het terrein begint Betsie met het bakken van wafels en pannenkoeken en serveert ze wat te drinken aan fietsers die even willen uitrusten.

‘ Ik ben dankbaar, want ik heb dankzij die ingreep mijn leven teruggekregen’
Groeien
Mensen ontdekken het erf en komen steeds weer terug. Ook grotere groepen weten Betsie’s Hof te vinden. “Zo was het ooit heel druk tijdens een bijeenkomst van de Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie (ZLTO) hier op het terrein”, zegt Betsie. “Bezoekers kregen koffie, iets lekkers en een plek om even te zitten. Er waren mandenvlechters, er werd gezongen, kinderen luisterden naar verhalen onder de boom en muzikanten speelden in het kleine huisje, waar het ooit begon.” Het is een succes en veel mensen weten deze mooie plek te vinden. Het erf verandert in de loop der jaren mee. “Ik deed alles alleen, Ger deed inmiddels de kippen”, legt Betsie uit. Stap voor stap breidt ze uit. Eerst een tent, later meer ruimte, uiteindelijk een bijgebouw.

Nu
Betsie is inmiddels tachtig. Ze heeft een aantal jaren geleden een hartoperatie gehad en een nieuwe hartklep gekregen. “Ik ben dankbaar, want ik heb dankzij die ingreep mijn leven teruggekregen.” Haar ziekte zet haar wel aan het denken. Ze doet inmiddels iets rustiger aan. Grote groepen ontvangt ze niet meer zoals vroeger en het theehuis draait met hulp. “Als mensen gebruik willen maken van onze mooie feestruimte dan kan dat, maar ik laat het verder aan hen over. Ik ga niet meer sjouwen met eten en drinken, dat mogen ze zelf regelen”, zegt ze. “Ik heb het druk genoeg met het bijhouden van het erf.” Betsie kiest haar momenten, maar blijft betrokken. “Ik ga iedere dag gewoon aan het werk, er is genoeg te doen. Jam maken bijvoorbeeld. Dat is goed voor de verkoop,
als het lekker ruikt in de winkel kopen mensen meer,” vertelt ze lachend. De winkel bij Betsie’s Hof is geopend op zaterdag. Doordeweeks is Betsie’s Hof alleen open op afspraak. De kippen zijn inmiddels overgedragen aan een andere boer, die op het erf zijn bedrijf heeft. Betsie koopt bij hem de eieren in en verkoopt ze via de automaat. De automaat aan het begin van het erf, draait dag en nacht. “Mensen kunnen hier altijd eitjes halen of jam en leuke cadeautjes. In het weekend is het nog steeds druk. Fietsers stoppen, nemen iets lekkers mee voor thuis.”

Oud worden
Betsie en Ger hebben drie zoons, die vroeger meehielpen en nu ondersteunen waar nodig. “We helpen hen ook, door op de kinderen te passen.” De kleinkinderen lopen rond op dezelfde grond waar hun vaders speelden. Buiten, tussen het groen. Als er grote klussen gedaan moet worden, komen de zoons. Betsie zorgt voor eten. “Dan hoeven ze de hele dag niks anders te doen dan bijvoorbeeld bomen te snoeien, ik zorg voor eten en drinken.” Als je haar vraagt wat Betsie’s Hof voor haar betekent, antwoordt ze zonder aarzelen. “Alles. Ik wil hier blijven. Op de grond waar ik aardappelen heb geraapt en waar ik de bomen heb geplant. Dit is de plek waar mijn kinderen zijn opgegroeid en nu mijn kleinkinderen spelen.” Betsie blijft in beweging. “Eigenlijk heb ik gewoon een fulltime baan,” grapt ze. Maar wel een die ze zelf indeelt. In de zomer loopt ze rond in een korte broek en een hemdje. Ze geniet van buiten zijn en van bezig blijven in de natuur. “Rust roest,” zegt ze. En dus gaat Betsie door. Niet omdat het moet, maar omdat Betsies Hof háár plek is. Hier ligt haar leven. Ze weet dat het niet vanzelfsprekend is dat het zo blijft. “Er is niemand die dit overneemt. Onze kinderen hebben allemaal een eigen carrière.” Ze zegt het zonder een spier te vertrekken. “Het is zoals het is. Zolang ik hier met Ger kan blijven, is het goed. We kunnen hier oud worden. Dat is genoeg.”

Lees meer over Betsie’s Hof: https://www.betsieshof.nl/
Interview: Leven in Letters – Pleun Kicken – van der Aa
Foto’s: Tom van Limpt Fotografie



