Kijkje achter de schermen bij Stichting ROZE

Nieuw begin
De opvang van zwerfdieren liep eerder via de Dierenbescherming in dierenopvang Doornakkers. Toen dat stopte, besloten de gemeenten het anders te organiseren.
ROZE werd een zelfstandige stichting. Met een nieuw team, een nieuw gebouw en zonder sponsoren. De stichting bestaat sinds januari 2022. “We begonnen met een leeg pand,” vertelt Alma van Dorenmalen, beheerder en operationeel manager. “Geen dieren, geen vaste werkwijze of protocollen. Alles moest worden opgebouwd.” Irma Klaassen, algemeen manager en waarnemend directeur vult aan: “Ook financieel begonnen we opnieuw. We hebben onze sponsoren en donateurs hard nodig. Want de eerste veertien dagen zorg worden door de gemeenten vergoed. Daarna betalen wij alles zelf.” Wat de stichting zo bijzonder maakt, is dat het asiel en de dierenambulance op dezelfde locatie zitten. “Dat is heel praktisch,” zegt Irma. “We kunnen snel schakelen. En dat is belangrijk, want dieren in nood wachten niet.”
Alma van Dorenmalen en Irma Klaassen:
‘We kunnen snel schakelen. En dat is belangrijk, want dieren in nood wachten niet’
Dagritme
Om acht uur verzamelen de medewerkers zich per afdeling. Het pand is groot en kent verschillende afdelingen; katten, honden, konijnen en knaagdieren, vogels, hobbydieren zoals geiten en kippen, wilde dieren en de dierenambulance. Elk dier wordt gecontroleerd. Daarna volgt een dagstart voor iedereen. Wat vraagt vandaag extra aandacht? Wat wordt er verwacht en op welke afdeling sta je? Vervolgens worden de kattenverblijven schoongemaakt, gaan de honden naar buiten en worden de kennels geschrobd. Vrijwilligers helpen bij verschillende activiteiten zoals schoonmaken en uitlaten. Ondertussen is de meldkamer van de dierenambulance 24 uur per dag bereikbaar. Sommige dagen verlopen rustig. Andere dagen komen er meerdere dieren tegelijk binnen of is er een spoedrit. “Je moet steeds kunnen schakelen,” zegt Alma. “Dat vraagt overzicht en
structuur. Na de lunch is er opnieuw een overdracht, want
dierenzorg stopt niet aan het einde van een dienst.”
Veel katten
De meeste dieren die binnenkomen, zijn katten. Alma legt uit: “Katten planten zich snel voort en volgen een vast seizoensritme. Zodra de dagen langer worden, begint het kittenseizoen. Dat loopt van mei tot soms ver in oktober. In piekperiodes komen er tien tot vijftien kittens per dag binnen. Gedumpt in zakken, achtergelaten in bosjes of gevonden zonder moeder.” Gemiddeld vangt ROZE zo’n 1.400 katten per jaar op. Daarnaast komen er vogels, konijnen, knaagdieren en honden binnen. Elk dier gaat eerst veertien dagen in quarantaine. Dat is wettelijk verplicht. In die periode probeert het asiel de eigenaar te vinden. Meldt niemand zich, dan kan worden gekeken naar herplaatsing. In de zomer loopt de druk verder op, omdat veel mensen op vakantie gaan. Dieren worden achtergelaten of niet meer opgehaald. Alma: “Die periode vraagt extra inzet van iedereen.”

Verantwoordelijkheid
Andere opvangplekken zijn er in de regio ook, maar de gemeentelijke verantwoordelijkheid is nu de taak van ROZE. “We krijgen geen subsidie, de gemeenten zijn onze klanten en betalen voor onze dienstverlening,” zegt Irma. “Ongeveer de helft van ons budget komt uit donaties en fondsenwerving.” Tijdens de eerste veertien dagen ligt de financiële verantwoordelijkheid bij de gemeente. Daarna draagt de stichting alle kosten zelf. Steeds vaker zien ze dat mensen afstand doen van hun dier omdat ze het niet meer kunnen betalen. “We kijken altijd eerst naar alternatieven,” zegt Irma. “Familie, vrienden, tijdelijke opvang in een pension. Afstand doen is geen makkelijke stap. Pas als er echt geen andere oplossing is, kan het dier eventueel aan ons worden overgedragen.” Ze hebben ook een adviesrol. “Een huisdier vraagt tijd, geld en aandacht,” zegt Alma. “Niet alleen nu, maar ook over vijf of tien jaar. Daar moeten mensen bewust van zijn. Je kunt een dier niet zomaar de deur uitzetten. Helaas gebeurt dat toch regelmatig.”

Dierenambulance
De dierenambulance is voor veel mensen het meest zichtbare onderdeel. Minder bekend is dat bijna het hele team ervan uit vrijwilligers bestaat. Slechts één medewerker is in dienst op deze afdeling. Jaarlijks komen er ongeveer 23.000 telefoontjes binnen. Ongeveer 10.000 daarvan zijn meldingen voor de ambulance. Dat leidt tot zo’n 4.800 ritten per jaar. Soms is direct ingrijpen nodig, soms kan het wachten. “Je ziet veel dierenleed als je bij de dierenambulance werkt,” legt Irma uit. “Daar moet je tegen kunnen. En vaak is het niet alleen dierenleed, maar ontstaat dat leed juist omdat ook de eigenaar het moeilijk heeft en niet meer voor het dier kan zorgen.” Werken bij ROZE vraagt betrokkenheid, maar ook afstand. “Je kunt niet alles oplossen,” zegt Irma. “En je kunt niet elk dier redden. Dat is soms moeilijk, maar hoort erbij.” Ook euthanasie hoort soms bij het werk. Dat gebeurt altijd in overleg met de dierenarts en volgens vaste afspraken. “Het blijft moeilijk,” zegt Alma. “Maar soms is het de beste keuze voor het dier.”
Vrijwilligers
Alma en Irma zijn het erover eens: Zonder vrijwilligers, geen opvang. Een van hen is Silvia. Ze werkt al 11 jaar in de dierenopvang. Ze begon in 2015 bij Doornakkers. Toen die opvang stopte, verhuisde ze mee naar ROZE. Ze is er elke donderdag, naast haar werk in de financiële wereld. “Toen ik even thuiszat tussen twee banen in, wist ik meteen dat ik iets wilde doen. Ik vond het vanaf dag één geweldig werk.” Bij haar nieuwe werkgever was ze duidelijk over haar vrijwilligerswerk: “Ik kan iedere dag werken, maar de donderdag is voor de dieren.” Silvia werkt bij de katten. Wat haar het meest raakt, is wat er ná adoptie gebeurt. “We kunnen via een app volgen hoe het met de dieren gaat. Soms denk je dat een bange kat weken nodig heeft om te wennen. En dan krijg je foto’s dat hij na een paar dagen al op schoot ligt. Dan weet je: dit zit goed. En daar doe je het voor.” Ze neemt haar rol binnen de opvang serieus. “We gaan in gesprek met mensen die komen kijken naar een adoptiedier. Je kunt hier niet zomaar binnenlopen en een dier meenemen. Ik wil zeker weten dat iemand een kat kan bieden wat hij nodig heeft.” Per 1 mei gaat Silvia met vervroegd pensioen. “Dan heb ik meer tijd en ben ik waarschijnlijk vaker hier te vinden.”
Anders kijken
ROZE organiseert eens in de vijf à zes weken een rondleiding voor kleine groepen. Belangstellenden krijgen met een presentatie en een korte rondgang een kijkje achter de schermen. Adopties verlopen altijd via een bemiddelingstraject. Dieren staan op de website en geïnteresseerden vullen een vragenlijst in. “We kennen onze dieren goed,” zegt Alma. “Zo kunnen we kijken wat past.” Irma en Alma hopen dat mensen zich meer bewust worden van hoe het er in de opvang aan toe gaat, maar ook wat het inhoudt om een huisdier te houden. Irma: “Een huisdier past niet zomaar in elk leven. Het vraagt tijd, aandacht en geld, nu én later. Wie daar vooraf bij stilstaat, voorkomt veel problemen. En overweeg dan ook eens een asieldier. Veel dieren hier hebben helemaal geen ingewikkelde achtergrond, zoals veel mensen denken. De dieren zijn medisch onderzocht, hun gedrag is bekend en er is goed gekeken welk dier bij wie past.”
Onmisbaar
Irma vertelt verder: “We hopen dat mensen anders kijken naar wat er achter de schermen van ons asiel gebeurt. De opvang van zwerfdieren is geen vanzelfsprekendheid, maar een verantwoordelijkheid die dagelijks wordt uitgevoerd.” En zoals al aangekaart: die zorg stopt niet na de wettelijke termijn van veertien dagen. Daarna draagt Stichting ROZE zelf de verantwoordelijkheid voor medische kosten, voeding, huisvesting en begeleiding. Dat maakt dat steun onmisbaar is. Alma: “Niet om te groeien of uit te breiden, maar om te kunnen blijven doen wat nodig is. Zodat er ook morgen een plek is voor dieren die nergens anders terechtkunnen.”
Met eigen ogen bekijken?
Om de rust van de dieren te waarborgen organiseert ROZE maar eens in de 5-6 weken een rondleiding voor een beperkt aantal mensen. Vaak zijn dit donateurs of afgevaardigden van gemeentes en andere organisaties. Speciaal voor de leden van Zuid&Zo was het mogelijk op woensdag 22 april in een klein groepje, een kijkje achter de schermen te nemen.




